Lees verder wat Daan van Speybroek(kunstfilosoof) over mijn werk zegt n.a.v. een expositie in UMC Radboud Nijmegen, zomer 2011:
Het oudste doek van Sophie Bekkering in de tentoonstelling opgenomen, Sparretje, dateert uit 2005. Terwijl het net als het recentere werk een landschap is, ademt het niettemin een heel andere sfeer. Sparretje heeft op de achtergrond een donkere vlek waartegen de lichtende boom waarnaar het schilderij genoemd is, zich aftekent.
Deze spar vangt alle licht, licht dat hij op zijn beurt over de open plek in het bos uitstraalt. Bij nader toezien blijkt de genoemde vlek de stam van een veel massievere boom te zijn, een oude taxus. Met dergelijke contrasterende aanwezigheid wordt een spanning opgebouwd die in de schilderijen die erna komen definitief in het voordeel van het licht beslecht lijkt te zijn. En meteen komt meer openheid en ruimte in de doeken, worden de landschappen weidser.
Hiermee eindigt tevens een reeks werken die een min of meer geïsoleerde boom, een beuk met dikke stam en lage takken, laten zien – alsof hij niet in staat is een hem geschikte vorm te vinden, het hem niet lukt een opwaartse structuur aan te nemen. Van dergelijke bijna gepersonifieerde bomen, hun armen horizontaal uitslaand en getourmenteerd, wordt afscheid genomen om voortaan in de berglandschappen ademruimte te creëren.
Dit nivelleert de doeken van Sophie Bekkering niet, zwakt ze zeker niet af; hun kracht wordt aangedragen door het overweldigende van de bergen en daar valt steeds iets te bedwingen, te veroveren en te bevechten, in evenwicht te houden of te brengen. Maar anders dan in het vroegere werk, gaan ze niet meer in tegen een soort van duisternis, maar poneren ze zich affirmatief. Het is alsof na de winter het leven in de lente opnieuw ontluikt en door bijzondere kleuren in de natuur aan te brengen, deze van hernieuwde kracht en vitaliteit voorziet.
De berglandschappen zijn vanuit de herinnering eraan geschilderd – ook al worden kiekjes ter plekke genomen soms als geheugensteun gebruikt. Zo komt er veel in samen: de overweldiging van het landschap, de stemming waarin de kunstenaar er toen verkeerde, de indrukken en diverse kunstzinnige associaties opgeroepen door de streek van Giovanni Segantini, door de geboortegrond van de kunstenaarsfamilie Giacometti en waar Ernst Ludwig Kirchner zijn buitenverblijf had. In dit alles laat de kunstenaar zich opnemen om het later, in haar atelier, te ordenen en een plaats, ja vorm te geven en met kleur te bekrachtigen. Het worden zinderende doeken. De bomen baden in dit veelzijdig licht; als personages nestelen ze zich – en in het meest recente werk duiken gebouwen op om er hun plek te zoeken en de sfeer en de stemming een meer menselijke verankering te geven. Met dit alles creëert de kunstenaar een zelf opgeroepen milieu met sterke referenties, waarmee ze zich omgeeft; om de kijker vervolgens uit te nodigen er zich eveneens in op te laten nemen.
Zoiets met schilderkunst te bewerkstelligen, vraagt grote zorgvuldigheid en geconcentreerd werken. Kleuren spelen een essentiële rol: hoe ze zich manifesteren, schakeringen maken en zich uitgebalanceerd tegenover elkaar aftekenen. Om de vitaliteit haar expressie in een zekere onrust, of dynamische rust te laten vinden, heeft Sophie Bekkering de rust en de teruggetrokkenheid van haar atelier nodig. Alsof ze haar atelier bekleedt met deze landschappen om er volledig in opgenomen te raken: een omgeving opdat ze dit met ieder afzonderlijk schilderij kan bewerkstelligen.
Waar is de lichtende spar gebleven – toen nog met een verkleinwoord aangeduid omdat hij overweldigd, door duisternis dreigde te worden opgeslokt? Thans lijkt hij geheel opgelost, maar als een vruchtbare kiem te functioneren. Zinderend aanwezig als een mengeling van onbestemd verlangen en een op de loer liggende zwaarmoedigheid.
De tekeningen van de kunstenaar, in combinatie met schilderijen in de Aula van de Universiteit te zien, zijn zonder pretentie. Als registraties van onderdelen uit een groter geheel, vormen ze geconcentreerde levendigheid en komen ze energiek over. Hun afgelijnd worden door een brede witte boord en een lijst zorgt ervoor dat ze niet vervluchtigen en hun intensiteit niet verstrooid raakt. Ze vibreren in hun zwart-witte schakering.
Openingswoord door Eugène Terwindt bij expositie in OHRA najaar 200
Toen ik al een uurtje in een interessant gesprek verwikkeld was met Sophie Bekkering vroeg ik of ik een sigaret mocht roken. Zeker, antwoorde ze, hoewel, ik had het al; opgemerkt, er nergens een asbak stond. Het was mooi weer dus ik ging alvast dicht bij het raam zitten. Maar ze gaf me na enige aarzeling een mengbord. Met daarop nog de kleuren van een stukje bos achter Oosterbeek. Een mengbord voor wateroplosbare verf. Een verstandig besluit.
Ik deed mijn best het groen te vermijden en de peuk uitsluitend op het lila uit te drukken. Grote en kleine, sappig gekleurde schilderijen om me heen van bomen en stukken bos. Bomen met stemmingen, bomen met karakters.
Niet anekdotisch of letterlijk, maar romantisch vertaald. Kwetsbaar, kwaad, treurig, of vrolijk. Dat zat allemaal in die bomen; zij waren het die die stemming aangaven, aan Sophie de taak om dat te herkennen en vervolgens in beeld te brengen.
Het is de zuiverheid van die expressie, vertelde ze mij, die er nu al jaren voor zorgt dat ze bomen is blijven schilderen. Bomen poseren niet, ze bedoelen niet iets anders tussen hun takken door, ze liegen niet. Mensen daarentegen zijn in dat opzicht gecompliceerder, die zijn dubbelzinniger en doordoor relatiever. Meer expressie maar lastiger te peilen. Menselijk gevoel heeft al direct een aanleiding, een reden, een achtergrond.
Sophie Bekkering neemt geregeld de fiets en dwaalt dan in de omgeving van Arnhem door de bossen. Daarbij wordt zij van tijd tot tijd getroffen door een plek. Dan stapt zij af, gaat op en omgevallen boom zitten e en tekent met krachtige kleurige lijnen en vlekken dat wat haar trof. Mooie sterke tekeningen vond ik. Zij werkt dan graag met vetkrijt vanwege de snelheid die dat toelaat en de mogelijke komst van regen.
Op het atelier ontstaan dan van sommige van die schetsen de olieverfschilderijen waaraan zij lang door werkt. Aan meerdere. Blijft weer eens liggen, worden stukken overgeschilderd, groeien langzaam naar hun eigen stemming toe.
Voor Sophie Bekkering een sensibele bezigheid. In dienst van d stemming van de boom.
Tijdens het gesprek, toen we het hadden over de valkuil een gevoelde stemming in woorden of beelden te vertalen, haalde ze een krantenknipsel tevoorschijn. Een column van Koos van Zomeren. Al aardig aangetast en besmeurd door lichtgroene verf. Het had al een heel leven gehad zo te zien. Sophie voelde zich door die tekst aangesproken omdat ze het gevoel daarin herkende. Ik kan dat na ons gesprek heel goed begrijpen.
Het is een mooie heldere tekst en ik wil hem ter illustratie van d achtergrond van de schilderijen graag voorlezen. Het heet “Knoestig”.
Prachtig verwoord door Koos van Zomeren, vind ik, en herkent door Sophie Bekkering.
De titel had ook “geluk” kunnen zijn of “creativiteit”.
Dit is een tentoonstelling dus van drie grote verschillen in opvatting van het kunstenaarschap. Vanzelfsprekend dat u zich bij het ene werk meer thuis zult voelen dan bij het andere. Zoals bij mens en : bij de één tast je na jaren nog hoofdschuddend in het duister en met de ander wil je meteen aan tafel zitten, wat inschenken en met de armen over elkaars schouders vertrouwelijkheden uitwisselen
Dat laatste is natuurlijk fijner. Ik wens u veel plezier bij het kijken.